yes noVerandering is de nieuwe norm. Het gebeurt continu, wereldwijd en om de hoek. Om eens wat te noemen: de Brexit (als een goed voorbeeld van een veranderingsproces zoals niemand het wil), het klimaatakkoord, China die een steeds prominentere rol inneemt op de wereldmarkt, de steeds snellere ontwikkelingen in de technologie en het effect op ons dagelijks leven, en zo kunnen we nog wel even doorgaan. 

Of we willen of niet, we zullen mee moeten bewegen en er adequaat op inspelen. Veel mensen willen ook best meebewegen, zien de noodzaak ervan in en zelfs nog wel de uitdaging. Dit inzien helpt, maar dat is nog geen garantie voor succes. Om maar eens een klassieker onder de weerstanden te noemen:  “Ze hebben zeker weer wat bedacht daar bovenin, en niet nagedacht over de uitvoerbaarheid...". Of: “waarom kan iemand anders dat niet doen?”

Opdracht tot veranderen
Aan het begin van het Sprankel & Co congres De uitdaging van verandering op 29 maart jl., deden we een simpele oefening: nadat iedereen net lekker zat, vroegen we om een andere plek uit te zoeken en naast iemand te gaan zitten die men niet kende. Niet veel reden om tegen te stribbelen natuurlijk. Het was ook geen fysiek of mentaal moeilijke opdracht. Iedereen deed dan ook braaf mee, althans op het oog. Maar vond iedereen het ook echt leuk? Het merendeel zei van wel. Een enkeling gaf aan dat ze wel had meegedaan, maar met tegenzin. Iedereen voelt intuïtief wel aan hoe dit ongeveer zit met het al dan niet meedoen aan zo’n oefening. Natuurlijk doe je mee.  Want er is niet veel te verliezen. En: ergens is het ook wel grappig om mee te doen. Daarbij leidt niet-meedoen misschien wel  tot gezichtsverlies. Tenslotte  was er ook geen gevaar om mee te doen. Hierbij kom je direct uit bij de onderliggende  thema’s die altijd meespelen als we geconfronteerd worden met een vraag tot verandering:

  • Kan ik het? (ja)
  • Vind ik het leuk? c.q. zie ik de winst? (wellicht)
  • Wat is mijn verlies /risico? (niet meedoen geeft gezichtsverlies wellicht, meedoen wat ongemak maar de afweging )
  • En is het gevaarlijk? (nee)

Beducht voor gevaar
Verandering doet altijd wat met ons. En dat heeft te maken met hoe ons brein in elkaar zit. Hoewel de tijd snel verandert, evolueren onze hersenen maar langzaam mee. Onze hersenen acteren nog alsof we holbewoners op de toendra zijn. Het gevolg: wij zijn behoudende wezens en beducht voor gevaar. En dat zijn we met een goede reden; het had toen overlevingswaarde. Als wij vroeger op de toendra rondliepen en bedachten “Hé, dat gras daar op die andere vlakte is toch echt groener”, moest je toch echt wel drie keer nadenken voordat je ook echt in beweging kwam. Want die andere vlakte kende je niet goed en achter ieder bosje kon wel eens een gevaarlijk beest zitten. Dus onze hersenen denken: een leuke uitdaging of verbetering is fijn, maar dat alleen is nog geen reden om tot actie over te gaan en naar die andere vlakte te gaan.

Verliesaversie
Het inschatten van wat het je kost om mee te doen versus wat het je oplevert, geeft een belangrijke indicatie of je meedoet aan een verandering. Ook hier speelt ons achterhaalde brein een belangrijke rol. Als de inschatting alleen maar winst is, dan is de keuze makkelijk. Als er een kans is op verlies, dan moet die winst echter naar verhouding aanzienlijk zijn! Dit wordt mooi verklaard door de verliesaversie van Kahneman. Wij willen liever niet verliezen wat we reeds hebben verkregen. En verlies voelt zwaarder dan een mogelijke grote winst. Kahneman heeft berekend hoe de weging is die wij maken tussen mogelijke winst versus een zeker verlies. Hij deed dit aan de hand van een onderzoek waarin hij mensen vroeg om een bedrag van 100 dollar die zij hadden verkregen bij hardlopen, op te geven met de kans om meer te winnen. Het bleek dat deelnemers (gemiddeld) bereid waren dit te doen als het bedrag 2,5 keer zo groot was. Dus pas als deelnemers 250 dollar aangeboden kregen om dezelfde afstand nog een keer te lopen, wilde het merendeel wel het risico lopen de 100 dollar te verliezen. 

Wellicht begrijp je dan nu ook dat weerstand altijd een uiting is van een zorg over een mogelijk verlies of een zorg voor gevaar. Als iemand weerstand tegen verandering heeft, dan komt dat door de inschatting die deze persoon maakt van de mogelijke winst en verlies. En daarbij krijgt mogelijk gevaar (dus) veel meer aandacht dan de mogelijke winst. Ons oordeel daarover is niet objectief. Een goede argumentatie helpt wel bij de eerste stap. Vooral als men begrijpt welk probleem er mee opgelost wordt. Maar dat is blijkt dus niet genoeg om iemand mee te krijgen.

Kortom, als je iemand wilt meekrijgen, dan kom je er niet met een zuiver objectieve onderbouwing. Je zult je moeten verdiepen in wat diens inschatting van winst en verlies is. En dat begint met het besef dat we allemaal hersenen hebben die ons behoudend en voorzichtig maken. Het is eigenlijk heel logisch dat verandering vaak niet lukt.  Als we dat gaan begrijpen, maakt dat paradoxaal genoeg de weg vrij voor meer succesvolle verandering.